Praktische
Opdracht Wiskunde RSG Magister Alvinus
Tot
het schoolexamen wiskunde behoort een praktische opdracht, die voor 20% meetelt
bij de bepaling van het cijfer van het schoolexamen..
Voor
het maken van de PO staan 10 tot 15 studielasturen.
Mogelijk
onderwerp van zo’n praktische opdracht is een onderwerp uit de geschiedenis van
de wiskunde.
Hieronder
zie je de namen van een aantal wiskundigen. Sommige van deze mensen hebben zich
ook nog verdienstelijk gemaakt op geheel andere terreinen. Het gaat hier om
zeer beroemde namen waarover je op het internet en in de openbare bibliotheek
gemakkelijk informatie kunt vinden. Veel van deze namen kom je ook vandaag de
dag nog tegen als naam van een vereniging, tijdschrift, gebouw, school, straat,
voorwerp etc. Het is de bedoeling dat je uit het lijstje hieronder een naam
uitzoekt en deze persoon tot onderwerp
van je PO maakt.
- Pythagoras (569-475 v. Chr.)
- Euclides (325-265 v. Chr.)
- Archimedes (287-212 v. Chr.)
- Leonardo Fibonacci (1170-1250)
- Simon Stevin (1548-1620)
- René Descartes (1596-1650)
- Pierre de Fermat (1601-1665)
- Blaise Pascal (1623-1662)
- Johan de Witt (1625-1672)
- Christiaan Huygens (1629-1695)
- Isaac Newton (1643-1727)
- Gottfried Wilhelm von Leibniz (1646-1716)
- Leonhard Euler (1707-1783)
- Carl Friedrich Gauss (1777-1855)
- Evariste Galois
(1811-1832)
- Bertrand Russell
(1872-1970 Zie foto.)
Maar weet je zelf een andere persoon, die in het
verleden iets belangrijks op wiskundig gebied gepresteerd heeft, dan mag je die
ook kiezen natuurlijk
Waar
vind je de informatie?
Uiteraard
is veel te vinden op het internet via de bekende 'zoekmachine' Google:
http://www.google.com/intl/nl/
Veel
van de informatie is in het Engels. Dat mag echter geen bezwaar zijn. Hou er rekening mee dat in het Engels Euclides ook wel aangeduid wordt als
Euclid.
Biografieën
van vrijwel alle beroemde wiskundigen (in het Engels) vind je op:
http://www-history.mcs.st-and.ac.uk/history/BiogIndex.html
(Dit is
misschien wel de belangrijkste informatie bron voor jullie. Daar vind je ook wel
verdere links, die je met één muisklik verder kunnen helpen.
Ook
hier vind je links die betrekking hebben op de geschiedenis van de
wiskunde:
http://www.digischool.nl/wi/pr2.php?onderwerp=geschiedenis
Voor meer links zie ook http://www.rinsepoortinga.nl/mathfavs.html.
Maar beperk je niet tot het internet! In de schoolbibliotheek (mediatheek heet die
tegenwoordig trouwens) is een uitgebreide papieren (!!) encyclopedie die je
kunt raadplegen. Verder is in de openbare bibliotheek vast ook wel iets te
vinden
Dan
nu zelf aan de slag!
- Kies een van
bovenstaande 16 namen. Pythagoras en Newton zul je wel kennen, maar van de rest heb je waarschijnlijk
nooit gehoord. Maar dat maakt het alleen maar spannender.
- Logboek.Vanaf het allereerste begin
hou je een 'logboek' bij van je werkzaamheden. D.w.z. je noteert steeds
nauwkeurig op welke dag je wat gedaan hebt en hoeveel tijd je eraan
besteed hebt. Dit logboek levert je samen met je werkstuk in en telt ook
mee in de beoordeling.
- Informatie zoeken. Op internet,
mediatheek, openbare bibliotheek of vraag personen uit je omgeving of ze
iets over je onderwerp weten. Stel jezelf vooraf bepaalde vragen die je
wilt onderzoeken, zoals
- een levensbeschrijving
- in wat voor tijd leefde de man (vrouwen
komen in het lijstje helaas niet voor).
- Deelvraag1: wie waren
eveneens beroemde tijdgenoten, wiskundigen of niet wiskundigen
- Deelvraag2: ….etc etc
- waardoor is hij
eigenlijk zo beroemd geworden
- deelvraag1: enkele
belangrijke wiskundige prestaties van de man. (korte omschrijvingen, je
hoeft niet beslist te begrijpen waar het over gaat)
- deelvraag2: …..etc
- welke boeken heeft
hij geschreven.
- Is hij ook buiten de
wiskunde bekend? Wiskunde was vroeger niet echt een beroep, veel van de
genoemde wiskundigen deden er nog andere dingen naast.
- Etc etc.
- Zijn er nu nog dingen
waarin zijn naam voortleeft?
- Etc etc. De rest bedenk je zelf
maar ….
- Het maken van het
eigenlijke werkstuk Het gaat niet om de lengte, maar om de kwaliteit, maar een
minimale eis aan de lengte willen we toch wel stellen. Laten we zeggen 4 à
5 A4-tjes gemaakt met een
tekstverwerker als bijv. WORD in een niet te groot lettertype
(tekengrootte 12 voor normale tekst, koppen iets groter) en normale
kantlijnen. Een paar illustraties erbij maken alles wat mooier, maar de
illustraties moeten natuurlijk niet de hoofdmoot vormen! Zorg voor een
duidelijke indeling, te beginnen met een inleiding, ….., en eindig
met conclusie en bronvermelding. Veel van de bronnen zijn Engelstalig.
Jij kent natuurlijk heel goed Engels, maar je werkstuk schrijf je in het
Nederlands!! We willen geen lange lappen (gekopieerde) Engelse tekst zien.
Een kort Engels citaat mag. We willen trouwens sowieso geen gekopieerde tekst zien (weer afgezien van korte
citaten. Het is de bedoeling dat je alles in je eigen woorden formuleert,
daar word je ook op beoordeeld!
- Inleveren. HAVO 5 voor de kerstvakantie. Leerlingen 5 VWO voor de laatste toetsweek.
En
als het allemaal niet zo goed lukt? Kom dit dan tijdig melden. Het zou bijv.
kunnen dat je over de gekozen wiskundige niet zoveel weet te vinden of dat je
iets niet helemaal begrijpt. Misschien dat je met een beetje hulp weer verder
kunt. Als je al te veel hulp nodig hebt, kan je dit overigens wel punten
kosten. Probeer er dus in eerste instantie zelf uit te komen! Als je over de
gekozen wiskundige niet zoveel weet te vinden dan is het toegestaan er nog een
tweede naam uit ongeveer dezelfde tijd bij te kiezen en dan over beide personen
één werkstuk te maken. Als je dit doet moet je het wel even melden.
Succes!!